Telecom Terminologie
De telefoon. Hoe werkt dat? Het telefoontoestel zet het geluid dat uit onze mond komt om naar een elektrisch signaal. Dit wordt gedaan door middel van een microfoon in de hoorn van de telefoon. Het resulterende elektrische signaal wordt versterkt en daarna via een koperdraad naar de eindbestemming - de gesprekspartner - gestuurd. Daar wordt het elektrische signaal nog een keer versterkt om het op bruikbaar niveau te krijgen voor de speaker. De speaker zet het signaal dan om naar geluidssignalen die wij kunnen horen.
1. De telefoon. Hoe werkt dat? Het telefoontoestel zet het geluid dat uit onze mond komt om naar een elektrisch signaal. Dit wordt gedaan door middel van een microfoon in de hoorn van de telefoon. Het resulterende elektrische signaal wordt versterkt en daarna via een koperdraad naar de eindbestemming - de gesprekspartner - gestuurd. Daar wordt het elektrische signaal nog een keer versterkt om het op bruikbaar niveau te krijgen voor de speaker. De speaker zet het signaal dan om naar geluidssignalen die wij kunnen horen.
2. Analoge en digitale telefoontoestellen De meeste huidige telefoontoestellen zijn analoog. Een analoge telefoon verandert geluidssignalen van onze stem in een analoog signaal. Het analoge signaal volgt de stem continu. Hoe harder de stem, hoe groter het signaal. Het digitale telefoontoestel verandert de geluidssignalen naar een digitaal signaal. Dit wordt “digitalisatie” genoemd. Het geluidssignaal wordt 8000 keer per seconden gemeten en iedere meting krijgt een bepaalde waarde. Iedere waarde wordt vertaald naar een binaire code. Dit is een code bestaand enkel uit nullen en enen. De stroom van nullen en enen wordt door de koperlijn getransporteerd naar de eindbestemming. Bij de eindbestemming worden de nullen en enen weer terugvertaald naar het oorspronkelijke signaal.
3. Cellular (mobiele) telefoon De naam “cellular” komt van het woord “cel”. Het mobiele telefoonnetwerk bestaat uit “cellen”. Iedere cel is een paar vierkante kilometers groot, afhankelijk van de topografie en het aantal telefoontoestellen. Midden in de cel bevindt zich de “base station”. Deze is aangesloten met de hoofdcentrale en de andere base stations. De base station is ook aangesloten met alle telefoontoestellen binnen het gebied van de cel, en zorgt voor de verbinding van alle uitgaande en inkomende gesprekken van de telefoons binnen de cel. Als een gebruiker van een mobiele telefoon zich van de ene naar de andere cel verplaatst dan zorgt de base station ervoor dat het toestel direct wordt overgeschakeld naar de volgende cel. Dit gaat met zo een hoge snelheid dat er tijdens een telefoongesprek geen onderbreking in het signaal waarneembaar is. Iedere cel maakt gebruik van een andere frequentie dan zijn aanliggende cel. Vanwege het feit dat de mobiele telefoontoestellen evenals de base stations op een laag vermogen (meestal 1-2 watt) werken is het bereik van de frequentie van een base staion slechts enkele kilometers. Aangezien het aantal beschikbare frequenties gelimiteerd is wordt er efficiënt gepland zodat voor een heel netwerk slechts 4 tot 6 verschillende frequenties worden gebruikt.
4. DECT. Digital Enhanced Cordless Telecommunications. DECT is een digitale, portable telefoon. Het is te vergelijken met een mobiele telefoon, aangezien het ook gebruik maakt van een cel. Het grote verschil is dat de radius van de cel van een DECT telefoon 25 tot 100 meter is, terwijl de radius van een mobiele telefoon 2 tot 10 kilometer is.
5. ADSL. Asymmetric Digital Subscriber Line. ADSL is een vorm van DSL – een technologie voor datacommunicatie met een hogere datatransmissiesnelheid dan een gewone modem. “Asymetric” betekent dat de snelheid niet gelijk is in beide richtingen. Bijvoorbeeld, de download snelheid van ADSL verbindingen is altijd veel sneller dan de upload snelheid. Voor Internetgebruikers is dit ideaal omdat zij vaak grote files willen downloaden maar niet veel files uploaden. Bij aanbiedingen van internetproviders zie je ook vaak dat de capaciteit voor downloads veel groter is dan de capaciteit voor uploads. Bijvoorbeeld 2000 MB download en 500 MB upload. De werkelijke snelheid is afhankelijk van de afstand tot de centrale, de kwaliteit van de lijn en het aantal gebruikers.
Hoe werkt ADSL? ADSL verdeelt het beschikbare frequentiedomein in twee delen:
25KHz – 138 KHz voor upload verkeer.
138KHz – 1104 KHz voor download verkeer.
Ieder deel is verder onderverdeeld in kleinere pakketten van 4KHz. In het begin van een communicatieproces, bijvoorbeeld een verbinding maken met het internet, wordt ieder pakket afzonderlijk getest. Als een of meer pakketten niet boven een bepaalde kwaliteit zijn, worden zij niet gebruikt. Alleen de pakketten van goede kwaliteit worden gebruikt. Dit verlaagt de snelheid van de verbinding maar verhoogt de betrouwbaarheid van de lijn.
6. ISDN. Integrated Services Digital Network ISDN is een set van telecomprotocolen om een telefoongesprek uit te voeren. De transmissie van de gesprekken verloopt digitaal en daardoor is ISDN sneller dan de oude analoge transmissie. Daarbij biedt ISDN de mogelijkheid om twee gesprekken tegelijk te voeren op één lijn en zijn er meer geavanceerde diensten beschikbaar (conference calls, call through etc.). Al deze geavanceerde diensten zijn nu ook beschikbaar over de “gewone” analoge telefoonlijn. ADSL is veel sneller dan ISDN, daarom is ISDN niet meer zo populair.
7. VoIP. Voice over Internet Protocol Met VoIP gebruikt men een breedband internetverbinding (een ADSL lijn) om gesprekken te voeren. De stem wordt gedigitaliseerd en naar kleine datapakketten getransformeerd. Ieder pakket kan met een andere route naar de eindbestemming (de ontvanger) gaan. Aan de kant van de ontvanger worden alle kleine datapakketten verzameld zodat het originele signaal kan worden gereconstrueerd.
|